Iedereen was er

Zo heet een boek van Toon Tellegen. Meer verhalen over de eekhoorn en de andere dieren. De andere verhalen heb ik ook. Ik houd van de dierenverhalen van Tellegen, heb ik dat al eens gezegd?

Vandaag kwam ik ze weer tegen, de verhalen.

Ik ga er eentje voorlezen, niet omdat het jaar van het voorlezen is, gewoon omdat ik er zin in heb en tijdens het voorlezen nog eens kan genieten.

Komt die.

‚In een schuurtje bewaarde de boktor van alles: slurven, steeltjes, grote oren, schubben, veren, achtertenen, stekels, vinnen en ook woede, tegenzin, hulpeloosheid, schroom, eenzaamheid en andere dingen die de dieren hadden weggegooid omdat ze er schoon genoeg van hadden en er ook nooit meer aan wilden denken.
Soms, als hij niets te doen had, zette hij van die oude spullen en dier in elkaar, bijvoorbeeld een schroomvallige nachtoliworm, die kon vliegen, trompetteren, neerstorten en aan – en uitgaan. Of een woedende aardslak, die kon fladderen en ontploffen.
Maar het liefst maakte de boktor sterren, van oud licht en uitgedoofde schitteringen, die hij in de hemel hing en die na een tijdje omlaag vielen en een lange lichte streep in de hemel achterlieten.

Dan lag hij op zijn rug in het gras, in het donker, keek naar boven en wenste niets, niets anders meer.‘

(dit verhaal is uit: Toon Tellegen, Iedereen was er, Meer verhalen over de eekhoorn en de andere dieren, Querido 2009)

Blijdschap

Vandaag is een fijne dag,
een haast perfecte dag,
roepen ze,
de vogeltjes
buiten,
en je ziet ze genieten.

Ik ga naar Lou Reed luisteren. Perfect Day.

Tuintijd

Zaterdag.
De eerste dag sinds lange tijd om zonder jas naar buiten te gaan.
Een mooie dag om een beetje in de tuin te rommelen.
Heerlijk.

Afvloeiregeling of de onmogelijkheid een strijd te winnen

De uitverkoop en de teloorgang van wat ooit een prachtige bibliotheek is geweest is al zo lang bezig dat je zou kunnen denken dat het zo langzamerhand toch een beetje zou moeten wennen.

Aan de buitenkant is nog niet zo veel te zien. De terminale patiënt heeft een total make over gekregen. Het publiek wordt brood en spelen geboden, vooral spelen. Dat leidt af en is gezellig bovendien.

Achter de schermen wordt een ander spel gespeeld. Het reorganisatie- en fusiespel. De regels zijn, voor mij tenminste, niet duidelijk. Wat mij wel duidelijk is, is dat het niet gaat om heersen en delen, maar alleen om heersen. Een genadeloos spel, waarbij niet aan je wordt gevraagd of je wel of niet speler wilt zijn. Ook dat beslissen andere voor je.

Prioriteiten veranderen, regels veranderen, taken veranderen. Iedere dag is nieuw en verrassend. Je leert mooie woorden, zoals ‚afvloeiregeling‘. Een onsmakelijk woord waar je in je ergste dromen niet mee in aanraking wenste te komen, een woord dat je nooit eerder geassocieerd had met jezelf, met je collega’s. Zo’n woord is ook zoiets wat niet went.

En ondanks het feit dat de voorwaarden voor een afvloeiregeling nog niet officiëel gedefineerd zijn, werkt het mechanisme van het afvloeien op zich al prima. Een eigen directeur hebben we al maanden niet meer, en een voor een vloeien er personen uit het management af. Als ik aan schaken deed, zou ik kunnen vermelden dat sinds gisteren onze dame geslagen is.

Het is een ongelijke strijd, het is geen eerlijke strijd. Het gaat om politiek en geld. Het is een strijd die je niet kunt winnen, althans biebmensen winnen zo’n strijd niet.

En de burger, de ‚gewone‘ burger uit een ‚gewone‘ krimpregio waar de overheid het niet meer als haar kerntaak beschouwt om in kennis te investeren, die burger beseft pas, zo vrees ik, dat het enige kennisinstituut er niet meer is, als het al te laat is.

Blijft de vraag:

‚Ja, maar je vindt tegenwoordig alles op internet, dus waarom uberhaupt nog bibliotheken?‘

‚Omdat wat je op internet vindt informatie is, maar informatie is nog geen kennis.‘

En nee, ik dank u hartelijk, een iPad hoeft niet voor mij.